Login           
 
 
Lees Skipr blog Rian Veldhuizen

Beroepscompetentieprofielen OST en OT

Beroepscompetentieprofielen OST en OT
In 2015 zijn zowel de beroepscompetentieprofielen (bcp's)* van de Orthopedische schoentechniek als die van de Orthopedische techniek geactualiseerd. Bij deze actualisering van deze bcp’s zijn werkgroepen van deskundigen uit de branche betrokken geweest. In samenwerking met de projectmanager BCB zijn alle bcp’s (7) van OST en van OT (3) opnieuw besproken, geactualiseerd en uitgebreid. Op advies van de commissie Opleidingen heeft het bestuur van NVOS-Orthobanda de bcp’s van OST en de bcp’s van OT vastgesteld op 16 september 2015. 

Er is een set van bcp’s voor de volgende beroepen OST:
-    Onderwerkmaker;
-    Schachtenmaker;
-    Modelleur (nieuw);
-    Schoentechnische voorzieningenmaker;
-    Leestenmaker;
-    Orthopedisch schoentechnicus;
-    Orthopedisch schoentechnoloog.

 

En er is een set van bcp’s voor de volgende beroepen OT:
-    Orthopedisch technisch medewerker;
-    Orthopedisch technicus;
-    Orthopedisch technoloog.

 

* Toelichting:

Een beroepscompetentieprofiel (bcp) geeft een beschrijving van goed vakmanschap van een vakvolwassen beroepsbeoefenaar. Het is de standaard van vakmanschap die de branches OST en OT hebben vastgesteld voor de verschillende beroepen. 

Een vakvolwassen beroepsbeoefenaar heeft na het behalen van zijn diploma MBO, HBO of diverse BCB-certificaten minimaal drie tot vijf jaar werkervaring in de beroepspraktijk opgedaan. 

De inhoud van het beroepscompetentieprofiel dient als brondocument voor alle beroepsopleidingen (MBO en HBO), branchecursussen (BCB), trainingen en workshops die eruit ontwikkeld kunnen worden. 

Bij de uitwerking van een bcp wordt gewerkt met een format. Dit format geeft de richtlijnen aan waaraan een bcp dient te voldoen en bestaat uit de volgende onderdelen: kern van het beroep, beroepstypering, beroepsbeschrijving, uitwerking van de kerntaken, vakkennis en vakvaardigheden en een set van beroepscompetenties met bijbehorende beheersingscriteria. Om hun talenten effectief in te kunnen zetten, heeft de beroepsbeoefenaar al deze onderdelen, in samenhang, nodig.

Het bcp geeft een beschrijving van vakmanschap maar doet geen uitspraken over op welke wijze de beroepsbeoefenaar dit vakmanschap heeft ontwikkeld of welke beroepsopleidingen, cursussen e.d. de beroepsbeoefenaar heeft gevolgd. Over het algemeen zal dat altijd een combinatie zijn van beroepsopleidingen (MBO en/of HBO), branchecursussen BCB en vooral ook praktijkervaring.