Betere schoenen én beter gebruik: zo kan kennis uit onderzoek de praktijk versterken
Een goede orthopedische schoen kan veel betekenen voor mensen met diabetes met een hoog risico op voetulcera. Maar hoe goed is goed genoeg? En wat heb je aan de beste schoen als die thuis in de kast blijft staan? In haar promotieonderzoek aan Amsterdam UMC onderzocht Lisa Vossen daarom zowel de biomechanica van schoeisel als het gedrag van patiënten. Haar belangrijkste boodschap aan de praktijk: er is al veel kennis beschikbaar – de volgende stap is die kennis nog beter en systematischer toepassen.
Sinds mei 2026 werkt Lisa Vossen als postdoctoraal onderzoeker bij de afdeling Revalidatiegeneeskunde van Amsterdam UMC. Haar promotieonderzoek maakt duidelijk hoeveel winst er mogelijk is wanneer kennis over biomechanica én menselijk gedrag samenkomen.
“We kunnen de schoenen echt nog beter maken”
Als Lisa één uitkomst uit haar onderzoek zou willen meegeven aan orthopedisch schoentechnologen, is het deze: er valt nog winst te behalen in het ontwerp en de optimalisatie van schoenen.
“Eigenlijk hebben we in het onderzoek niet eens heel veel nieuwe kennis gebruikt”, vertelt ze. “We hebben vooral de bestaande wetenschappelijke kennis over schoenontwerp, drukmetingen en mogelijke aanpassingen heel gestructureerd bij elkaar gebracht en toegepast.”
Daarbij werd gewerkt met een bestaande wetenschappelijke basis voor schoenontwerp: welke elementen werken bij welke voetafwijkingen? Die kennis werd gecombineerd met drukmetingen en een systematische cyclus van meten, beoordelen, aanpassen en opnieuw meten.
Juist die combinatie bleek waardevol. Ook bij schoenen die al aan de geldende aanbevelingen voldeden, kon de drukverdeling soms nog verder worden verbeterd.
Meten wat een patiënt zelf niet kan voelen
Drukmetingen spelen daarbij volgens Lisa een belangrijke rol. Mensen met perifere neuropathie kunnen immers vaak niet goed aangeven waar een schoen te veel druk geeft.
“Met een drukmeting kun je dat objectief maken. Je ziet waar de druk zit en kunt vervolgens beoordelen of aanpassingen nodig zijn.”
In het onderzoek werd soms nog verder geoptimaliseerd dan volgens de bestaande grenswaarden strikt noodzakelijk was. Ook als de maximale druk al onder een bepaalde waarde lag, kon de verdeling onder de voet soms nog beter.
Dat vraagt wel tijd. Een meting uitvoeren, een schoen aanpassen en daarna opnieuw meten kost extra tijd in het behandelproces. Lisa ziet daarin een belangrijke randvoorwaarde voor brede toepassing.
“Wij verwachten dat die investering zich uiteindelijk terugbetaalt doordat de schoen beter is en mensen mogelijk minder vaak terug hoeven te komen. Maar daarvoor moeten ook de afspraken en randvoorwaarden ruimte bieden.”
Een perfecte schoen werkt alleen als hij wordt gedragen
De tweede grote lijn uit het onderzoek gaat over gedrag.
“We kunnen met zijn allen de perfecte schoen maken, maar als die niet wordt gedragen, kan hij zijn werk niet doen.”
Uit eerder onderzoek was al bekend dat goed schoeisel helpt bij het voorkomen van voetulcera. Maar het effect is het grootst wanneer mensen hun schoenen daadwerkelijk dragen zoals voorgeschreven.
Daarom werd in de DIASSIST-studie niet alleen naar de schoen gekeken. Patiënten kregen ook educatie, inzicht in hun eigen draaggedrag en persoonlijke feedback. De draagtijd werd objectief gemeten.
Dat leverde soms verrassende inzichten op. Mensen dachten bijvoorbeeld dat ze hun schoenen vrijwel altijd droegen, terwijl ze thuis ’s avonds nog veel stappen zonder beschermd schoeisel zetten.
De huisschoen maakt een praktisch verschil
Daar komt de op maat gemaakte huisschoen om de hoek kijken. Deze huisschoen was in eerder onderzoek ontwikkeld en getest in een pilot studie, en is nu op grotere schaal in de DIASSIST-studie toegepast.
Veel mensen dragen hun reguliere orthopedische schoenen binnenshuis minder graag. Ze vinden ze zwaar, willen buitenschoenen niet in huis dragen of willen aan het einde van de dag iets lichters aan.
Tegelijkertijd zetten juist mensen uit deze doelgroep vaak een groot deel van hun dagelijkse stappen binnenshuis.
De speciaal ontwikkelde huisschoen is lichter en gemaakt van zachtere materialen, maar biedt volgens het onderzoek een vergelijkbare biomechanische bescherming als het reguliere op maat gemaakte schoeisel.
“De huisschoen droeg echt bij aan de draagtijd”, vertelt Lisa. “Mensen kregen een extra optie en gingen daardoor meer uren per dag beschermd lopen.”
De onderzoeksresultaten laten ook zien dat de totale aanpak effect heeft. De therapietrouw aan het dragen van het schoeisel verbeterde en in de interventiegroep kwamen minder terugkerende voetulcera voor. In het promotieonderzoek werd een relatieve risicoreductie van ongeveer 39 procent gevonden ten opzichte van reguliere zorg.
Lisa benadrukt daarbij dat dit het resultaat is van de combinatie van maatregelen: het optimaliseren van het schoeisel, de huisschoen, educatie en andere gedragsgerichte interventies. Het effect kan dus niet uitsluitend aan de huisschoen worden toegeschreven.
De praktijk kan vandaag al beginnen
Wat kunnen orthopedisch schoentechnologen nu al met deze kennis?
Lisa ziet vooral kansen aan het begin van het proces. “We weten van verschillende schoenelementen dat ze bij bepaalde voetafwijkingen goed werken. Je kunt proberen die kennis al zo goed mogelijk mee te nemen in het eerste ontwerp, in plaats van pas achteraf elementen toe te voegen als blijkt dat iets niet optimaal is.”
Drukmetingen zouden volgens haar daarnaast een grotere rol kunnen krijgen bij het evalueren en verder optimaliseren van schoeisel. In sommige praktijken gebeurt dat al, maar nog niet overal.
Daar ligt tegelijkertijd een bredere opdracht. Veel van de beschikbare kennis staat beschreven in wetenschappelijke publicaties en is daardoor niet vanzelfsprekend direct bruikbaar voor iedere professional.
“De kennis is er. De vraag is nu: hoe vertalen we die naar iets wat goed toepasbaar is in de dagelijkse praktijk?”
Wetenschap en praktijk hebben elkaar nodig
Die vertaalslag kan de wetenschap niet alleen maken, benadrukt Lisa. Juist samenwerking met de branche en professionals is nodig.
Een belangrijke vervolgvraag is daarom eerst: wat gebeurt er nu al? Hoeveel praktijken werken bijvoorbeeld met drukmetingen? Hoe bekend is de bestaande kennis over schoenontwerp? En aan welke vorm van kennisoverdracht hebben professionals behoefte?
Denk aan workshops, scholing, aandacht in opleidingen, congressen of korte online kennisclips.
“We hebben heel mooi onderzoek gedaan, maar het moet wel naar de praktijk toe komen. Daarvoor moeten wetenschap en praktijk samen om tafel.”
Ook wordt gekeken naar een mogelijke uitvraag onder professionals, onder andere binnen NVOS-Orthobanda, om beter zicht te krijgen op de huidige werkwijze en de behoefte aan ondersteuning.
Ook vergoeding blijft een vraagstuk
Voor de huisschoen ligt bovendien nog een praktisch knelpunt. Deze wordt momenteel niet standaard als extra voorziening vergoed. Binnen het onderzoek kon de huisschoen wel worden aangeboden, maar in de dagelijkse praktijk ligt dat ingewikkelder.
Juist daarom zijn onderzoeksresultaten belangrijk, zegt Lisa. Hoe meer bewijs er komt voor de effecten van de huisschoen en de bredere aanpak, hoe sterker het gesprek kan worden gevoerd over toepassing en vergoeding.
Amsterdam UMC werkt inmiddels aan vervolgonderzoek naar de huisschoen bij een bredere patiëntengroep.
Verder praten over implementatie
De komende periode blijft de verbinding tussen onderzoek en praktijk nadrukkelijk op de agenda staan. Lisa is daarbij onder andere betrokken bij activiteiten rond de academische werkplaats HOMELAND, waar professionals en onderzoekers met elkaar kijken naar implementatie van onderzoekskennis.
Voor haar is de richting duidelijk: “We weten inmiddels veel. De uitdaging is nu om ervoor te zorgen dat die kennis ook terechtkomt waar hij het verschil kan maken: in de dagelijkse praktijk.”
Meer weten?
Lees hier het proefschrift van Lisa Vossen.
Meedenken over toepassing in de praktijk?
Op 14 september staat de jaarlijkse HOMELAND-dag op de planning, waarbij het thema dit jaar is ‘Werken als een team’. Meld je hier aan voor deze dag.
Algemene informatie over de academische werkplaats vind je hier.